Twee oude boeken met Voorbeelden voor Filet werk en borduurwerk op tuleondergrond liggen samen op de foto met latere Burda’s over Filethaakwerk.
Ze zijn een goede illustratie van hoe de presentatie van (eeuwenoud) handwerk in de loop der tijd telkens verandert.
De oude Duitse boeken met Vorlagen für Filetarbeiten und Handstickereien bevatten vele voorbeelden van zeer verfijnd naaldwerk in de geschiedenis.
Hier via een collage met zes platen een indruk:
Ook staan er voorbeelden in van veel eenvoudiger patronen, die veelvuldig zijn gebruikt in de Europese geschiedenis van de volkskunst. Daar geef ik ook een voorbeeld van, en legde er een paar eenvoudige oude probeersels bij:
Dit soort oude patronenboeken staan boordevol patronen die vroeger veel werden gebruikt, maar geven niet zoveel informatie over de geschiedenis.
Daar kwam later aandacht voor, bijvoorbeeld in het tijdschrift Goed Handwerk, die een keer een artikel wijdde aan de geschiedenis van deze oude en veel toegepaste techniek. De oorsprong van het filetknopen gaat zò ver terug dat niemand weet wanneer dit is ontstaan. En het gebruik is ook zò gevarieerd dat het niet beperkt kan worden tot één bepaald land of klimaat.
Vaak wordt het verband gelegd met het knopen van visnetten, en de techniek om een netwerk-ondergrond te knopen is ook precies hetzelfde. Het gebruik van filet voor decoratieve doeleinden werd in Europa waarschijnlijk geïntroduceerd vanuit de Orient, in de 11e eeuw. Het werd ook wel lacis of opus areeneum genoemd. Het werd vooral gebruikt op huishoudlinnen zoals kussenslopen, spreien en bedgordijnen. In de 16e eeuw breidde het filet-doorstopwerk snel over Europa uit. Ieder land had zijn eigen karakter, met dunnere of dikkere draden. In Frankrijk werd vooral point de toile (linnenstop) en point de reprise (stopsteek) toegepast, en dat zijn nu nog steeds de meest gebruikte steken.
En nadat die techniek tot en in het begin van de twintigste eeuw populair was geweest, zakte het daarna wat terug. Damesbladen bleven nog wel vaak patronen publiceren maar het werd toch niet meer zoveel gedaan als eerder in de geschiedenis. Maar uitgever Burda heeft de techniek altijd in ere gehouden, en in de tachtiger jaren maakten ze een paar tijdschriften over Filet-haken die de bekendheid weer helemaal opfristen. In die tijd was het haken razend populair geworden en publiceerden de tijdschriften niet alleen patronen voor ronde kleedjes, maar ook voor filethaken. Hiermee konden grote gordijnen worden gemaakt.
Zelf heb ik voor ons eerste gezamenlijke huisje ook zo’n gehaakt ‘valletje’ gemaakt, weliswaar met geometrische figuren maar wel volgens dezelfde techniek.
De patronen van vroeger werden opnieuw gepresenteerd in nieuwe frisse tijdschriften en zo kon de techniek een comeback maken. In mijn shop merkte ik dat die oude haaktijdschriften voor filet-haakwerk regelmatig besteld worden, dus nu ook weer een herleving.
Terug naar de oude Duitse boeken. Bij elke herleving van een techniek zijn er mensen die zich daarin willen specialiseren en/of die de geschiedenis ervan willen onderzoeken. Daar zijn deze boeken heel geschikt voor en ik plaats ze graag in mijn shop. Ze zijn wel een beetje duur, want behoorlijk zeldzaam. Van die oude Burda’s filet-haakwerk zijn er honderden nog in omloop, maar zo’n oud boek kom je maar zelden tegen.
O ja, de patronen kunnen dus op twee manieren worden gebruikt: door eerst zelf een netwerk te knopen (dat ging vroeger zo, en voor een man was het in de achttiende eeuw één van de weinige dingen die was toegestaan om zich mee bezig te houden in de salon), en daarna via de mazen door te stoppen;
door het netwerk èn de dichte gaatjes tegelijk te haken (de meest populaire manier in de Burda’s en nu ook weer);
èn door te werken op een ondergrond van fijne tule. Dat laatste wordt weer gedaan door vrouwen die graag nieuwe/oude technieken willen uitproberen en er een pronkrol van maken.










