De landbouwgrond direct achter de duinen heet de ‘geestgronden’. Deze bestaan uit duinzand dat vermengd is met klei of veen dat van elders is aangevoerd. Dit grondmengsel is geschikt voor de bloembollenteelt. Dat leerden we vroeger op school en nu wilden we daar wel eens wandelen. Een weekend is maar kort, en om optimaal van alles te genieten nam ik een tulpje mee op de wandeling. Straks staan deze bollenakkers dus weer vol met bloemen; nu is één tulpje nog bijzonder.
Langs bijna de hele Nederlandse kust is het binnenduingebied, het zogenaamde ‘mientenlandschap’, omgezet in bloembollenakkers, maar hier bij Egmond is een groot stuk ongerept gelaten. Hier laten ze al eeuwenlang koeien rondlopen, waardoor het landschap z’n oorspronkelijke karakter heeft behouden. We kwamen een kudde Schotse hooglanders tegen en die gaven ons nog meer het gevoel dat we in bijzonder gebied liepen.
Ik ben niet alleen geboeid door m’n knalgele tulpje, maar ook door de gele korstmossen in dit winderige gebied vlak achter de kust.







