“Waren we maar eerder gaan verzamelen en laten we nu toch zien te behouden wat er nog is!” Dat schreef een baronesse in een verslag van de Oudheidskamer in 1930 in een jaarboek. En die verzuchting zal wel meer hebben geklonken. Veel is er weggegooid, toen de streekdracht in onbruik raakte, maar veel is er ook nog bewaard. En musea in de plaatsen waar vroeger volop streekdracht is gedragen, kunnen met hetgeen er is bewaard ook nu nog weer nieuwe tentoonstellingen inrichten!
In Hulst is vorige maand een tijdelijke expositie geopend, die tot juni te zien is. Ik was in de gelegenheid om deze te bezoeken en met een paar foto’s geef ik een verslag.
In het “Land van Hulst” was vroeger een specifieke dracht, voor Hulst en het platteland in het oosten van Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Er waren duidelijke verschillen tussen de kleding voor de burgers van de stad en de dorpskernen, en de kleding die de boerenbevolking droeg. Kenmerkend was o.a. de Vlaamse mutsen met slippen. Er lagen een paar mutsen die bezoekers mochten opdoen, en oohh, wat stond me dat mooi!
Maar ik beperk me tot de vitrine-foto’s, die zo mooi in de oude raadskamer stonden opgesteld.
Hier stond ook een vitrine met patronen en ordinaal. Vele vrouwen hebben zo met zo’n dikbuikige waterfles bij het raam gezeten, urenlang werkend aan de kant.
Rond 1930 kwamen de kantfabrieken op en verdween de huisnijverheid.
Een groot kanktloskussen met spelden en klosjes voor het maken van Beverse kant was ook te zien. Vorige week heb ik veel geblogd over kantklossen, en deze foto markeert de overgang die ik nu maak naar bloggen over Streekdracht.
In de vensterbank streekdrachtpoppen uit het Land van Hulst! Die oude popppen blijken nog steeds heel bruikbaar in het bewaren en doorgeven van hoe de streekdracht vroeger is geweest! Toen ik deze zag opgesteld, voelde ik me niet meer een beetje raar om zo’n pop mee te nemen!









