In de periode dat er nog geen overvloed aan borduurpatronen werd gepubliceerd, verscheen een keer in een Nederlands handwerktijdschrift een patroon van hoge herfstbomen met rood verkleurde bladeren. Een artistiek ontwerp wat veel borduursters moet hebben aangsproken. Mij ook toen ik het zag in de zeventiger jaren. Maar de drempel om eraan te beginnen was wat hoger dan bij andere patronen en al te veel is het niet geborduurd. Je moest er genoeg garen en handwerklinnen voor hebben en ook een goede bestemming voor als het af was. Het was toch een beetje anders dan anders. Maar als er wèl een borduurwerk werd gemaakt omdat het plaatje in het tijdschrift zo’n sterk verlangen deed opdwarrelen om dat herfsttafereel na te maken, dan had je na afloop iets waar nog heel lang naar kon worden gekeken.
Ik heb ook lang gekeken naar dit borduurwerk, nadat ik het ergens tweedehands had gekocht. Zo werkt dat met dingen die je mooi vindt: als je het vroeger al mooi vond dan is het èxtra leuk om later iets te vinden wat een ander al heeft gemaakt. Want dan vind je het meestal nog steeds mooi.
Maar net als met die herfst: op een gegeven moment is het ook weer de tijd om iets los te laten. En dan kan het weer door naar iemand anders die dit òf voor het eerst ziet, òf het patroon ook al in haar jeugd heeft gezien en het gelijk herkent: o ja, dàt vind ik mooi!




