Op de derde dinsdag van september ging ik fietsen. Bijzonder hoe groen het toch nog weer is. Hoe mooi alles is. Hoe groot en wijd alles is. Hoe netjes alles is.
Hoe goed georganiseerd alles is.
Dit is het land waar het vandaag om gaat. Het uitgestrekte grote boerenland.
Bij een maisveld sta ik even te kijken naar het oogsten.
Even verderop kijk ik naar de koeien.
Land, land. Ons Nederland.
Of is het niet meer ‘ons’? Gaat de polarisatie nu echt toenemen?
Vandaag is in het nieuws dat er sabotage is gepleegd aan het spoor. Dat was maar acht kilometer hier vandaan.
In een dorpje in de buurt van de IJssel drink ik koffie met een vriendin, en samen fietsen we verder. Op veel plekken staan stalletjes waar je appels en peren en jam kunt kopen. Ik heb m’n fietstassen al vol met appels en koop ergens anders nog een stropoppetje.
Van dat stropoppetje kan ik meer genieten dan van de aanblik van de omgekeerde vlaggen in het eens zo mooie land.
Na ruim 40 kilometer heb ik genoeg gefietst en heb ik trek. Ik maak lasagne.
Het was een mooie fietstocht, maar ik ben toch nog wel onder de indruk van die vlaggen. Het land voelt gewoon niet meer hetzelfde.











