Zò zie je de toegang tot de stad Amersfoort liggen vanuit de trein. Velen zullen dit beeld in een flits wel eens hebben gezien: de Koppelpoort, het visitekaartje van de stad. Nu was de stad Amersfoort het decor van vier dagen Textielfestival. Een passende locatie, want de textielgeschiedenis van Amersfoort is al ruim 500 jaar verweven met de stad. Al in de 14e eeuw speelde textiel een grote rol. Het vormde eeuwenlang, samen met de bierbrouwerij, de belangrijkste pijler van de lokale economie.
Een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de stad was toen er in de 17e eeuw een nieuwe stof kon worden geproduceerd: bombazijn. Amersfoort werd een belangrijke productiecentrum van deze geweven stof, die een combinatie was van linnen en katoen. Deze stof was goedkoper dan wol, dat vooral voor de kleding van de massa werd gedragen. Nu kwam er vraag naar luxe voor de elite. Deze nieuwe stof, en ook de geïmporteerde exotische sitsen, deden hun intrede.
De nieuwe stoffen werden bedrukt met prachtige patronen, en daarbij had Amersfoort de primeur: hier kwam de allereerste Europese katoendrukkerij tot stand.
Sinds kort is de eeuwenoude Volmolen (links op de foto, direct naast de poort) weer in gebruik als Katoendrukkerij. Het was tijdens het textielfestival een belangrijke locatie, maar voor de meeste bezoekers helaas toch niet te bezichtigen omdat het steeds dicht was vanwege workshops.
De foto hierboven toont de weg naar de stadspoort. Telkens liepen er groepjes mensen langs deze route, naar de Volmolen aan het eind.
Vroeger was dit één van de straten in de stad waar de textielgerelateerde beroepen hun plek hadden. Er waren tientallen van die ambachten, waaronder spinners, wevers, kaarders en volders. Dat laatste, het vollen, moest vaak aan het water gebeuren en dat was hier aanwezig.
De productie van het textiel vond vaak plaats in gewone huizen. Kooplieden kochten grondstoffen, zoals wol en vlas, en lieten complete gezinnen thuis werken aan de verwerking, waar slechts een schamele vergoeding tegenover stond. De drie belangrijkste producten die werden gemaakt waren laken, diemet, en bombazijn, dat is de genoemde mix van katoen en linnen
Na ruim vier eeuwen van ambachtelijke textiel-industrie kwam in de negentiende eeuw de tijd van de fabrieksmatige industrie. Er kwamen o.a. tapijtfabrieken, met machinale tapijtweverijen die ook gespecialiseerd waren in het verven van wol.
In veel van die oude gebouwen in de historische binnenstad van Amersfoort waren nu kleine exposities, waar je zò naar binnen kon lopen. Dan hing er een bordje ‘deelnemer textielfestival’ en dan stond de deur open, en liep je samen met allerlei andere vrouwen naar binnen om te zien wat er te zien was. Meestal was de exposant zelf aanwezig om toelichting te geven bij haar textiele creaties.
Ook in het zeer fraaie Eemhuis (foto hieronder) kon je naar binnen lopen, wat ik ook deed. Hier was een inloop-workshop met afgedankte kleding, die je naar believen kon pimpen met oude kantjes en bandjes. Dat hele idee, om van oud materiaal weer iets nieuws te maken, was wel grotendeels de invalshoek van de meeste textiele objecten.
En zo liep ik gedurende twee dagen door de stad, en vroeg me al lopende (want het waren toch wel flinke afstanden om te lopen) al af wat me nu het meest had geraakt. Wat ik het mooist vond. Al die textiele objecten en rondjes? Die metershoge blauwe waterval?
Of toch die red dress? Later dacht ik daar nog verder over na.
Die rode jurk was tentoongesteld in het Flehite-museum, en het was vooral de verhalen van de makers, die een stukje hadden mee-geborduurd, die me hadden geraakt. Ik heb ook meerdere mensen gesproken, die dit ook heel mooi hadden gevonden. Dit is wat ons raakt: de verhalen van andere vrouwen, in andere culturen, in andere omstandigheden, met vaak zoveel minder kansen als wij. Zij wilden ons wat doorgeven. Over hun onderdrukking, en hun kracht om zich toch staande te houden wanneer zij daar wat hulp bij krijgen.
Zo liep ik door de smalle straatjes van Amersfoort. De eerste dag met wat regen, de tweede dag met zon, want nu was de weersomslag geweest. Net om de bocht in dit straatje was weer een open locatie, een kleine galerie. Ook weer van vrouwen die met hun textielkunst wat wilden zeggen, wilden doorgeven. Textiel heeft zeggingskracht.
En ik dacht aan vroeger, aan vijf-en-veertig jaar geleden toen ik hier als student woonde. Ik volgde een opleiding journalistiek want ik wilde schrijven. Woorden hebben ook zeggingskracht.
En foto’s hebben zeggingskracht. Nu is het allemaal zo prachtig. Een goed onderhouden stad, op zijn mooist in mei. Overal terrasjes, tegen het decor van historische monumenten. Overal vrouwen die in groepjes of alleen rondlopen en met elkaar praatjes maken. Overal gelegenheid om te bekijken wat anderen maakten en wat zij daarmee wilden uitdrukken. Overal plekken om te genieten.
Maar zo is het niet altijd geweest. Eeuwenlang was dit een stad waar mensen in krotten woonden, en elke dag urenlang moesten werken onder zware omstandigheden om net genoeg te verdienen om in leven te blijven. Uitbuiting voor en door de rijke elite. Eeuwenlang was dit een stad waar het water stonk van de viezigheid die erin werd gestort. Eeuwenlang was ook dit een Nederlandse stad waar de kloof tussen arm en rijk groot was. Waar mensen stierven zonder oud te worden, na een zwaar leven.
Nu kon ik hier met honderden andere (rijke, want we zijn allemaal rijk, vergeleken met vroeger) vrouwen rondlopen, en genieten van een mooi festival. Maar ik merkte dat ik er na een tijdje ook een beetje genoeg van kreeg: al die ‘exclusieve’ en ‘artistieke’ creaties van exposanten die net als iedereen de ‘duurzaamheid’ hoog in het vaandel hebben gehesen en dan ook weer spijkerbroeken gaan verknippen. Het lost het afvalprobleem niet op en niks-maken zou misschien nog meer helpen voor het milieu.
Dus ik vond die jurk het mooist. Vanwege de stemmen van de maaksters, die nù kansloos zijn en in uitzichtloze omstandigheden moeten leven. Moge hùn leefomgevingen ooit ook eens zo mooi opgeknapt worden als deze oude historische stad.
Voor mij was Amersfoort lang geleden de poort naar een leven met schrijven. Ik heb altijd van schrijven gehouden. Ik heb het altijd bijzonder gevonden om te kunnen en te mogen schrijven. En te kunnen en te mogen delen.
Het liefst zou ik willen dat ik er met woorden aan zou kunnen bijdragen dat er meer aandacht komt voor de benarde positie van zovele vrouwen.











