Van veel betekenis voor de ontwikkeling van het handwerk is het omvangrijke werk van Therèse de Dillmont geweest. Af en toe kom ik een paar fraaie oude uitgaven tegen. Nu iets over de achtergrond hoe dit werk zo bepalend is geworden voor de ontwikkeling van het 19e eeuwse handwerk.
In 1746 werd de eerste fabriek voor het verven en bedrukken van katoenen stoffen gesticht in Mulhouse. In 1800 ging deze verder onder de naam DMC, Dollfus Mieg et Cie. Naast het verven en bedrukken van stof gingen zij zich ook steeds meer bezighouden met weven en spinnen. In 1941 werd er gestart met het vervaardigen van naai- en borduurgaren.
In 1878 ging Jean Dollfus naar Parijs, voor de grote Wereldtentoonstelling. Hij kwam in contact met de 32-jarige Oostenrijkse Thérèse de Dillmont, een dame van adellijke afkomst. Zij was toen lid van de Academie voor Borduurkunst in Wenen, opgericht door de Keizerin, en had een passie voor de rijke borduurkunst die verankerd is in de culturen van vele andere landen.
De ontmoeting tussen Dillmont en Dollfus leidde ertoe dat zij een eigen borduurschool begon in de buurt van Mulhouse, onder auspicien van DMC.
Daar werkte zij ook aan de voorbereiding van haar Encyclopédie des ouvrages de dames, die in 1884 gepubliceerd zou worden. Ze verzamelde een enorme hoeveelheid materiaal uit tal van landen en musea. Door haar contacten met DMC konden vertegenwoordigers van de groeiende producent van handwerkmateriaal ook bijdragen aan het bijeenbrengen van materiaal van hun verre reizen.Thérèse ordende alles met grote zorgvuldigheid, hield alles nauwgezet bij in opschrijfboekjes en liet van bijna alle patronen tekeningen en proeflapjes maken.
Van die proeflapjes en de originele patronen is later, bij het 250-jarig bestaan van DMC een mooi boek verschenen, waar ik voor dit blogje een paar foto’s van een paar pagina’s heb gemaakt, om een indruk te krijgen van de veelzijdigheid. De informatie in dit blogje komt ook uit dit boek.
In dit blogje gaat het niet om de prachtige Encylopedie, die in meerdere talen verscheen, en die een standaardwerk is geworden van de hoogstaande borduurkunst van de 19e eeuw.
Maar in dit blogje gaat het om twee uitgaven van honderd jaar oud, die ook bij het rijke oevre horen van het werk van Thérèse de Dillmont. Het zijn Franse uitgaven, een Album de Broderies au Point de Croix (3e serie) en een boek met voorbeelden van Le Filet-Richelieu. Beide technieken waren honderd jaar geleden enorm populair. In mijn shop geef ik wat pagina’s weer, zodat je een indruk kunt krijgen. Het zijn zeldzame delen, die enorm veel voorbeelden geven en dat is interessant voor liefhebbers die deze techniek nu ook weer willen beoefenen.






